Website van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN)

Boeddhisme - inventarisatie

Er zijn twee vragen die boeddhisten in Nederland al jaren bezig houden:

  1. Wat is een boeddhist?
  2. Hoeveel boeddhisten zijn er in Nederland?

In dit artikel wordt een poging gewaagd de tweede vraag te beantwoorden, waarbij zich ook een definitie aandient als antwoord op de eerste vraag. Dit wil niet zeggen dat wij de illusie hebben definitieve antwoorden te kunnen geven, maar het lijkt ons goed de feiten helder op een rijtje te zetten, op basis van bestaand onderzoek.

We willen dit doen aan de hand van de volgende aspecten:

  1. De representativiteit van de BUN
  2. Van welke definitie gaan we uit
  3. Wat is het doel van het onderzoek

1. De representativiteit van de BUN

De BUN is een samenwerkingsverband van boeddhistische groeperingen in Nederland. Zij vertegenwoordigt niet het boeddhisme in Nederland, maar de aangesloten leden. Omdat er geen andere organisatie is naast de BUN, wordt de BUN door de overheid wel als representatief beschouwd. Kijkend naar het ledenbestand vallen een aantal zaken op:

  • Er zijn twee soorten boeddhistische groeperingen in Nederland. Ten eerste zijn er de traditionele gemeenschappen, gevormd door immigranten uit Aziatische landen (eerste en tweede generatie), voor wie het boeddhisme onderdeel is van het cultureel erfgoed. Bijeen­komsten staan vooral in het teken van feestdagen die samen gevierd worden. De traditionele gemeenschappen zijn grotendeels niet bij de BUN aangesloten, hoewel er wel goede banden worden onderhouden. Ten tweede zijn er de leken-sangha’s. De leden van deze sangha’s bestaan uit mensen die vaak pas op volwassen leeftijd in aanraking zijn gekomen met het boeddhisme, en zich toeleggen op studie en beoefening. Deze sangha’s zijn grotendeels opgezet door leraren en leerlingen van leraren uit traditionele Aziatische tradities. De leden van de BUN zijn vooral leken-sangha’s.
  • In het ledenbestand van de BUN zijn de belangrijkste stromingen van het boeddhisme in Nederland vertegenwoordigd: Het Tibetaans boeddhisme, het Zenboeddhisme en het Theravada-boeddhisme. Ook andere stromingen zijn vertegenwoordigd: bijvoorbeeld de vertegenwoordigers van het westers boeddhisme en het Nichiren-boeddhisme. In de breedte zijn de verschillende stromingen binnen het boeddhisme in Nederland goed vertegenwoordigd in het ledenbestand van de BUN.
  • Bij de BUN zijn circa 40 groeperingen aangesloten. Als je kijkt naar daarmee vergelijkbare boeddhistische groeperingen, dat wil zeggen groeperingen ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en daarbij beschikkende over een actuele website waarop het aangeboden programma te vinden is, kom je op circa 80 groeperingen (exclusief traditionele Aziatische gemeenschappen). Ter voorkoming van dubbeltelling dienen daarvan de nevenvestigingen afgetrokken te worden die via hun hoofdvestiging al meetellen. Dan kom je op circa 60 groeperingen. Mede omdat alle grotere groeperingen bij de BUN zijn aangesloten, is er sprake van een goede representativiteit.
  • Als je de definitie wat ruimer maakt, ook de kleinere groeperingen die niet ingeschreven staan bij de kamer van koophandel maar wel meditatie aanbieden aan belangstellenden, kom je op tussen de 300 en 400 groeperingen. Een groot aantal daarvan is via hun hoofdvestiging aangesloten bij de BUN, maar circa 120 van deze kleinere groeperingen niet (bron: Kaski 2012).
  • Niet iedereen in Nederland die zich boeddhist voelt is aangesloten bij een boeddhistische organisatie. Deze individuele boeddhisten zijn noch direct, noch indirect vertegenwoordigd in het ledenbestand van de BUN.

2. Van welke definitie gaan we uit

Bij de BUN zijn groeperingen aangesloten die voldoen aan een aantal voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden zijn dat het gaat om groeperingen op boeddhistische grondslag, met regelmatige bijeenkomsten, van voldoende omvang en al langere tijd actief (minstens 2 jaar). Uitzonderingen daargelaten gaat het om groepen die georganiseerd zijn in een rechtspersoon, ingeschreven bij de kamer van koophandel, en beschikkend over een actuele website met informatie over het geboden programma. Verder onderschrijven de leden de doelstellingen van de BUN, waarbij vriendschappelijke samenwerking voorop staat. Van grotere groeperingen die beschikken over meerdere vestigingen in het land, is vaak alleen de hoofdvestiging bij de BUN aangesloten.

Bij lang niet alle boeddhistische groeperingen is sprake van een formele vorm van lidmaatschap. Dit bemoeilijkt een betrouwbare telling van het aantal aangeslotenen. In de praktijk wordt het aan de leden van de BUN overgelaten om een (jaarlijkse) opgave te doen van het aantal leden, of het aantal ‘vaste bezoekers’.

Voor aantallen boeddhisten binnen traditionele gemeenschappen met een Aziatische achtergrond kan een betrouwbare inschatting gemaakt worden op basis van publiekelijk beschikbare gegevens. Het CBS verzamelt gegevens over het land van herkomst van immigranten (eerste en tweede generatie). Op basis van internationaal beschikbare gegevens over het percentage boeddhisten in het land van herkomst, kan een aannemelijke inschatting gemaakt worden van het aantal allochtone boeddhisten in Nederland. Voor de Chinese gemeenschap ligt dit gecompliceerder, omdat die niet alleen uit China afkomstig zijn, maar ook uit allerlei andere landen. Het CBS biedt uitkomst. Door middel van een enquête (2012), in het Nederlands en het Chinees, onder Chinese Nederlanders, is gemeten welk percentage van de Chinese gemeenschap in Nederland zichzelf als boeddhist ziet.

Voor aantallen van individuele boeddhisten, niet aangesloten bij boeddhistische groeperingen in Nederland, zijn bijna per definitie geen officiële gegevens voor handen.

3. Wat is het doel van het onderzoek

Het doel van het onderzoek bepaalt in hoge mate de vraagstelling, en de vraagstelling bepaalt in hoge mate de uitkomst. In die zin moeten de uitkomsten van alle onderzoeken met terughoudendheid bekeken worden. In ieder geval kunnen ze niet los gezien worden van het doel waarvoor het onderzoek gedaan wordt en de vraagstelling.

  • In 1999 kwam de BUN, op basis van eigen onderzoek ten behoeve van de aanvraag van zendtijd voor wat later de BOS zou gaan heten, tot een aantal van 170.000 Nederlanders die affiniteit hebben met het boeddhisme. In 2004, bij de verlengingsaanvraag, kwam de BUN uit op een aantal van 250.000. Bij de verlengingsaanvraag van 2009, voor de periode 2010-2015 baseerde de BUN zich op externe onderzoeken.
  • In 2002 heeft het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP) een rapport gepubliceerd onder de titel ‘Culturele veranderingen in Nederland’. Volgens dit rapport voelde 12% van de Nederlanders zich verwant met het boeddhisme, waarvan 2% in sterke mate; dit laatste komt neer op 260.000 Nederlanders van 18 jaar en ouder.
  • In 2006 verscheen het SCP-rapport ‘God in Nederland’. Volgens dit rapport voelde ruim 4% van de Nederlanders (van 17 jaar en ouder) zich (van alle religieuze en levensbeschouwelijke stromingen) het meest verwant met het boeddhisme; dit komt neer op ruim 500.000 Nederlanders.
  • In 2010 werd door de onderzoeksafdeling van de NPO, in opdracht van de BOS, een rapport gepubliceerd onder de titel ‘Resultaten Enquête Boeddhisme in Nederland’. Volgens dit rapport ontlenen 352.000 Nederlanders in de eerste plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme. Bovendien ontlenen nog eens 495.000 mensen, naast hun eerste keuze, op de tweede plaats inspiratie en richting aan het boeddhisme.
  • In 2012 kwam het bureau Kaski van de Radboud Universiteit van Nijmegen, in opdracht van de dienst Boeddhistische Geestelijke Verzorging van het ministerie van justitie, na uitgebreid onderzoek tot een (minimum-) schatting van 97.500 boeddhisten, onderverdeeld naar allochtone boeddhisten (eerste en tweede generatie-immigranten), boeddhisten die aangesloten zijn bij een boeddhistische organisatie, en individuele boeddhisten die niet aangesloten zijn bij een organisatie.
  • In 2016 verscheen een nieuwe editie van het onderzoeksrapport 'God in Nederland'. Circa 1% van de ondervraagden gaf hierin aan sterke verwantschap te voelen met het boeddhisme, dit komt neer op ongeveer 135.000 Nederlanders. In dit onderzoek is gebruik gemaakt van een eentrapsvraag in plaats van de tweetrapsvraag in het vorige onderzoek. Er wordt dan niet eerst gevraagd of men zich wel of niet tot een religie rekent. Deze manier van vraagstelling leidt tot lagere percentages.
  • Het CBS verzamelt al jaren gegevens die betrekking hebben op religie in Nederland. Het doet daartoe steekproefsgewijs onderzoek onder volwassen Nederlanders (18 jaar en ouder) middels een eentrapsvraag: of men zich rekent tot een kerkelijke gezindte of levensbeschouwelijke groepering uit een voorgelegde keuzelijst. In december 2016 verscheen het CBS-rapport 'De religieuze kaart van Nederland 2010-2015', een update van een gelijknamig rapport verschenen in oktober 2014. In de jaren 2010 tot en met 2015 worden de volgende percentages gerapporteerd voor boeddhisten:
    2010      2011      2012      2013      2014      2015
    0,3%       0,3%      0,4%       0,4%      0,5%       0,4%
    Het is erg lastig om uitspraken te doen of de verschuivingen met een tiende procent een werkelijke verandering betreffen danwel op toeval gebaseerd zijn.  Het geeft wel een indicatie dat het aantal boeddhisten in de laatste zes jaar waarschijnlijk stabiel is gebleven of licht gestegen. Het totaal aantal mensen dat zich rekende tot enige religie is in dezelfde periode met een procentpunt per jaar gedaald (van 55% naar 50%).
    Omgerekend naar het aantal volwassen Nederlanders en op basis van een gemiddeld percentage van de laatste 4 jaar (0,425%) kom je op een schatting van circa 57.000 mannen en vrouwen die zich tot het boeddhisme rekenen.
    Het verschil tussen circa 57.000 aan de ene kant, en 325.000 of ruim 500.000 aan de andere kant, kan verklaard worden uit het feit dat weliswaar veel mensen inspiratie en richting ontlenen aan het boeddhisme, maar toch terughoudend zijn om zichzelf boeddhist te noemen. Dit past ook bij de in het NPO-rapport gesignaleerde individuele spirituele beleving. Dat wil zeggen: zonder regels, zonder groepsdenken en zonder etiket.

Conclusie

Door vergelijking van de verschillende onderzoeksrapporten en door vergelijking met de eigen gegevens van de BUN, kan op basis van een eenduidige definitie een realistische inschatting worden gemaakt. Voor het begrip ‘boeddhist’ hanteren we de CBS-definitie: ‘een persoon die zich rekent tot het boeddhisme’. Dit sluit aan bij wat in internationale onderzoeken als definitie wordt gehanteerd en het zorgt voor onderling vergelijkbare cijfers. We gaan uit van een percentage van 0,425%, wat leidt tot een schatting van 57.000. Deze uitkomst sluit aan bij een onderbouwing op basis van de Kaski-methodiek:

Op basis van CBS-cijfers over het land van herkomst van eerste- en tweedegeneratie immigranten, en op basis van een gefundeerde inschatting van het percentage boeddhisten in het land van herkomst komen we tot een schatting van 39.500 boeddhisten in traditionele gemeenschappen. De opbouw is als volgt:

  1. Chinese gemeenschap: 15.000 (CBS, 13%)
  2. Thaise gemeenschap: 14.700 (PEW, 93%)
  3. Vietnamese gemeenschap: 3.200 (PEW, 16%)
  4. Japanse gemeenschap: 2.600 (PEW, 36%)
  5. Overige Aziatische gemeenschappen: 4.000 (Kaski 2012, diverse percentages)

Van de resterende 17.500 personen zijn er op basis van onze berekening circa 15.500 aangesloten bij een boeddhistische organisatie, waarvan circa 10.000 bij BUN-leden.

Dit betekent dat er circa 2.000 Nederlanders zijn die zichzelf wel als boeddhist zien maar geen binding hebben met een boeddhistische organisatie in Nederland.

Afhankelijk van definitie en mate van gevoelde verwantschap, kan het aantal mensen dat affiniteit heeft met het boeddhisme ook vele malen groter zijn. Maar omdat we in deze berekening uitgaan van de strakkere CBS-definitie, lijkt de schatting van 57.000 bij benadering realistisch.

Dit artikel is geschreven in november 2014.
Dit artikel is aangepast aan de nieuwste cijfers in december 2016.