Website van de Boeddhistische Unie Nederland (BUN)

Voorzitter Michael Ritman over ‘Macht en misbruik in het boeddhisme’ - interview BD

Op 18 maart verscheen op boeddhistischdagblad.nl een interview met de voorzitter van de BUN, Michael Ritman. Hieronder het gedeelte dat betrekking heeft op 'Macht en misbruik in het boeddhisme'.

Op de achtergrond

Opvallend is dat, als er op landelijk niveau kwesties spelen bijna nooit naar de mening van de BUN wordt gevraagd. In sommige buurlanden als Frankrijk en Italië is dat anders geregeld. ‘Bij de oprichting van BUN is afgesproken zich niet uit te laten over politieke kwesties’, licht Ritman toe. Maar ook over zaken als milieu en populisme hoor je de organisatie niet. ‘Dat doen we niet. Dat wordt ook niet van ons gevraagd. Maar dat wil niet zeggen dat individuele boeddhisten zich niet druk maken om maatschappelijke kwesties. Zeker wel.’

Een onderwerp waar de BUN zich nadrukkelijk wél over uitlaat, zijn de seksuele escapades, waaraan sommige boeddhistische leraren zich schuldig maken. Toch is Ritmans antwoord daarop in eerste instantie nuchter.

‘Seksueel misbruik komt overal voor. Helaas ook bij boeddhisten. Maar de tijd van afwachten is hier al lang voorbij. Wij nemen sinds 2015 zelf het initiatief om het thema breed te communiceren om bewustwording te creëren bij onze leden, en we blijven stappen zetten om samen met de leden ethisch beleid te ontwikkelen. We doen dit bewust geleidelijk. Omdat we hier alle leden in mee willen nemen. Het gaat om de bewustwording van de leden. Die moeten er iets mee doen.’

Ethische code

Tegelijkertijd doet de BUN er volgens Ritman vrijwel alles aan om dit soort wangedrag- in sommige gevallen misdrijven van boeddhistische leraren die tal van slachtoffers maakten in te perken.

‘Allereerst: als BUN willen we benadrukken dat seksueel – of machtsmisbruik niet mag voorkomen. Wij denken niet aan deze dingen als ‘escapades’ maar als misdrijven die tegen de Nederlandse wet ingaan en waar strafvervolging voor aan de orde is. We realiseren ons ten volle welk leed er veroorzaakt is bij slachtoffers van misbruik en betreuren in hoge mate dat dit is voorgevallen. We willen er dus alles aan doen om dit in de toekomst te voorkomen. En omdat we ons realiseren dat misbruik overal kan voorkomen, ook binnen het boeddhisme, en dat misbruik van alle tijden is, voeren we hierover binnen de BUN actief beleid. Zo hebben we een ethische code voor onze leden verplicht gesteld. En organiseerden we in februari voor onze leden een studieweekend over ‘Macht en misbruik in het boeddhisme’ in samenwerking met de Vrije Universiteit. We hebben een externe vertrouwenspersoon aangesteld, en we moedigen leden aan zelf interne vertrouwenspersonen aan te stellen. We hebben trainingsdagen georganiseerd voor deze interne vertrouwenspersonen. En we willen met elkaar in gesprek blijven over wat verder nodig is. Kortom, we doen er alles aan om de aandacht op dit onderwerp te vestigen. En kaders te creëren, waardoor dit gedrag in de kiem wordt gesmoord. De uiteindelijke formulering van een ethische code is natuurlijk van belang, maar het is een eerste stap, niet de laatste stap. Het gaat om de gezamenlijke bewustwording in je eigen sangha die nodig is om zo’n ethische code op te kunnen stellen. En het gaat erom dat je hiermee doorgaat. Een ethische code moet daarom ook minimaal een keer per jaar tegen het licht gehouden worden. Om het proces levend te houden. Een van de leerpunten van het weekend over ‘Macht en misbruik in het boeddhisme’ is voor ons dat we als BUN, dat wil zeggen bestuur en leden samen, nog geen ethische code hebben. Hier gaan we invulling aan geven.’

Leraren in de fout

De laatste jaren zijn er relatief veel misdragingen van boeddhistische leraren aan het licht gekomen doordat de slachtoffers, mannen, vrouwen en kinderen het misbruik in het openbaar aan de kaak stelden, met name in de VS en Canada. Die boeddhistische leraren waren vaak ook de oprichters van boeddhistische organisaties die ook in Nederland actief zijn en lid zijn van de BUN.

Zoals Sakyong Mipham, de internationale leider van Shambhala International.
En de Triratna Boeddhistische Orde (voorheen de Westerse Boeddhistische Orde (WBO) in Norfolk, Engeland, met als oprichter Dennis Lingwood.
Zen Centrum Amsterdam (ZCA) waarvan de leraar Nico Tydeman een buitenechtelijke relatie aanknoopte met een studente en die relatie geheim wilde houden.
En dan Rigpa. De belangrijkste leraar en oprichter van deze internationale organisatie Sogyal rinpoche maakte vele slachtoffers onder zijn volgelingen door seksueel misbruik, wangedrag en machtsmisbruik, tot studenten zijn misdragingen in een openbare brief aan de orde stelden.
Rigpa, Triratna. Shambhala en ZCA zijn lid van de BUN.

Hoe beleefde u het als BUN-voorzitter dat van de BUN deze volgens velen besmette boeddhistische organisaties lid zijn? Het boeddhisme kent de drie vergiften: hebzucht, haat en onwetendheid, je zou toch van een boeddhistisch leraar mogen verwachten dat hij zich traint in het beheersen daarvan. Het is te gemakkelijk als u zegt dat dit ‘ook binnen het boeddhisme voorkomt’. Dat is zeker aan leken niet uit te leggen. Wat deed het met u als BUN-voorzitter?

‘Het feit dat dit soort zaken zich binnen het boeddhisme voordoen kwam aan als een klap in het gezicht. Dit was voor iedereen een schok. Door de BUN is in media statements – en in overleg met de leden – van meet af aan afstand genomen van dergelijk gedrag. Tevens werd een overkoepelend vertrouwenspersoon door de BUN aangesteld om misstanden te kunnen melden. En ook werd door de BUN een ethische code voor onze leden verplicht gesteld.’

Zijn die misdragingen binnen de BUN en het bestuur aan de orde gekomen en wat voor consequenties had dat voor die organisaties. Is hen het lidmaatschap ontnomen, de wacht aangezegd? Hoe ging de BUN daar mee om?

‘Misdragingen zijn inderdaad binnen het bestuur aan de orde gekomen en ook besproken in de ALV. Organisaties waar dit speelde werd het lidmaatschap niet ontnomen. Daarvoor was een goede reden. Juist omdat deze organisaties aangesloten zijn bij de BUN kunnen wij met deze organisaties gezamenlijk werken aan beleid dat herhaling moet voorkomen. En er is bij de aangesloten organisaties een grote bereidheid aangetroffen om deze ingezette lijn te steunen.’

 U bent zelf lid van Rigpa. Hoe heeft u persoonlijk de misdragen van Sogyal rinpoche ervaren, wat deed dat met u? Heeft u ooit overwogen Rigpa te verlaten? Hoe bent u daar in emotionele zin mee omgegaan?

‘Ik kan uw vraag alleen beantwoorden op basis van mijn persoonlijke ervaring. Mijn reactie geeft noch de mening van Rigpa, noch die van de BUN weer. Tegelijkertijd moet ik zeggen dat ik ook niet namens andere studenten bij Rigpa spreek. Iedereen staat er anders in, dat moge duidelijk zijn. Wel kan ik zeggen dat de openbaarmaking van het wangedrag van onze leraar iedereen bij ons, inclusief mijzelf, keihard getroffen heeft. Mijn hart gaat uit naar iedereen die hierdoor beschadigd is. Veel studenten hebben Rigpa verlaten, maar ook de mensen die bij Rigpa gebleven zijn, worstelen er nog bijna dagelijks mee. Het is nooit weg. Ik moet zeggen dat ik bij het verschijnen van de brief van de acht naaste studenten van Sogyal  geen moment getwijfeld heeft over de waarachtigheid van de brief. Naast het seksueel misbruik, ging het ook over emotioneel misbruik. Mensen zijn psychisch en emotioneel over de kling gejaagd. Maar vooral het gebruik van fysiek geweld was nieuw voor mij, en onverteerbaar. Bij Rigpa was natuurlijk bekend dat Sogyal altijd veel ‘vriendinnetjes’ heeft gehad. Daar werd door oudere studenten niet moeilijk over gedaan. Hij was geen monnik en niet getrouwd. En het ging om relaties met volwassen vrouwen. Maar met de kennis van nu vind ik dat we dit met z’n allen nooit hadden mogen accepteren. Het is nu zonneklaar voor mij dat het ging om een machtsrelatie die gebruikt werd om seks af te dwingen met personen die in een positie van afhankelijkheid verkeerden. Dit is strafbaar seksueel misbruik, en niet minder dan dat.

Na de bekendmaking van seksueel misbruik binnen het boeddhisme in het NOS-achtuurjournaal van mei 2015, ben ik me er veel meer in gaan verdiepen. Ik ben veel gaan lezen over seksueel misbruik en boeddhistische ethiek en heb met veel mensen gesproken. Binnen Rigpa heb ik aangedrongen op transparantie over wat er nu echt aan de hand was, en ik heb aangedrongen op het ontwikkelen van een ethische code. Ook omdat we daar vanuit de BUN zo mee bezig waren, en ik vond het raar als Rigpa daar dan een beetje bij achterbleef. Ik heb nooit een bestuurlijke functie gehad bij Rigpa. Ik was gewoon student en in mijn eentje kon ik niet zoveel. Het omslagpunt voor mij persoonlijk was de voorjaarsretraite met Sogyal in juni 2017 bij zijn bezoek aan Nederland. Ik ben nooit zo’n retraiteganger geweest, maar ik deed altijd mee aan de jaarlijkse retraite in Nederland. Maar bij die retraite voelde het voor mij niet goed meer. Ik kon er niet echt de vinger op leggen, maar bij bepaalde gedragingen die ik altijd als normaal beschouwd heb, kreeg ik een fysieke ervaring van ongemak. Ik voelde soms alle haren op mijn lichaam prikken. Het hefstigste vond ik dat Sogyal op een gegeven moment iemand uit het publiek vroeg om op het podium te komen en te dansen. Ik kende haar niet, maar ze zag er jong en aantrekkelijk uit. Het had iets heel onwerkelijks. Het klopte gewoon niet. Ik werd er naar van. Toen ik andere mensen vroeg wat ze ervan vonden, hadden die daar juist helemaal geen moeite mee. Ook een bestuurslid die ik erover aansprak begreep eigenlijk niet waar ik het over had. Ik wilde er toen over praten met de toenmalige National Director van Rigpa Nederland met wie ik altijd een goed contact heb gehad. Maar zij was al langere tijd ziek, en ik hoorde dat haar ziekte zo ernstig was dat ik haar niet kon lastigvallen. Daar heb ik het op dat moment bij gelaten. En vervolgens kwam de brief. In de loop der jaren was er natuurlijk steeds beetje bij beetje meer naar buiten gekomen over wat er bij Rigpa aan de hand was. Maar het bleef bij flarden. Het definitieve keerpunt was voor mij die brief van de acht oudere studenten. Ik vind het ongelooflijk knap dat zij hebben ingezien dat ze samen op moesten trekken om iets te kunnen veranderen, en dat zij de moed hebben gehad dit te doen. Naast de verbijstering over wat er toen allemaal naar buiten kwam, had ik eigenlijk ook wel bewondering voor de stappen die de oude en nieuwe leiding van Rigpa al heel snel genomen hebben. Sogyal trad af, er werden open spaces ingesteld in alle Rigpa-centra ter wereld, om op een open manier met elkaar van gedachten te wisselen, er werd een onafhankelijk onderzoek ingesteld en de invoering van een ethische code aangekondigd waarbij iedereen in de sangha betrokken zou worden. Daarom ben ik bij Rigpa gebleven. Ik vond die stappen allemaal juist en was benieuwd naar wat er in de praktijk van terecht zou komen. Ik wilde daar ook graag actief mijn steentje aan bijdragen. Ik ben bij bijna alle open spaces geweest en ben actief betrokken geweest bij het schrijven van de ethische code. Dat heeft mij ook geholpen om het gebeurde een beetje een plaats te geven. Maar ik besef ook dat we er nog lang niet zijn en dat er nog een lange weg te gaan is. Ik heb veel bewondering voor de mensen die zijn opgestaan en het schip drijvende hebben gehouden onder de zwaarst mogelijke omstandigheden. Rekening houdend met alle verscheidenheid aan meningen en overtuigingen binnen en buiten de sangha, en de heftigheid van alle emoties. Ik denk dat door buitenstaanders wel eens onderschat wordt wat dit allemaal doet bij mensen in een sangha. Ik heb ook bewondering voor de nieuwe voorzitter van Rigpa Nederland, Jeroen Slieker, die het aan heeft gedurfd juist op dit moment in te stappen om verder invulling te geven aan het veranderingsproces dat in gang is gezet. Zolang er genoeg voortgang gemaakt wordt, en zolang ik het idee heb dat ik iets positiefs kan bijdragen aan dit proces, blijf ik bij Rigpa.

Wat ik mensen wil meegeven is dat het goed is dankbaar te zijn voor alles dat het boeddhisme je gebracht heeft. Dat ben ik ook, het boeddhisme heeft mijn leven veranderd, en daar zal ik eeuwig dankbaar voor zijn. Ik ben er ten diepste van overtuigd dat de waarheid van de dharma niet aangetast kan worden door wangedrag van een leraar. Maar ik ben er ook van overtuigd dat een gemeenschap een eigen verantwoordelijkheid heeft om te zorgen dat de dharma in een veilige omgeving wordt doorgegeven. Ook, en vooral, als dit betekent dat een leraar moet worden aangesproken op zijn gedrag. Dit beschermt niet alleen de leerling, maar ook de gemeenschap en de leraar. Dit is dit de enige manier waarop je de dharma op een waarachtige manier kunt integreren in je leven. En het is de enige geloofwaardige manier waarop we het boeddhisme kunnen doorgeven aan komende generaties.’

 Wat heeft dat studieweekeinde met de VU voor de BUN en de deelnemers opgeleverd? Op zondag 2 februari werd een Master Class verzorgd over interventies, door ‘An Olive Branch’. Wat heeft deze organisatie bij kunnen dragen aan dat studieweekeinde van de BUN? Waren er ook slachtoffers van seksueel wangedrag door boeddhistische leraren aanwezig?

‘De zaterdag werd geopend door dr. Henk Blezer namens de VU en mijzelf namens de BUN. Daarna werd door twee externe deskundigen een lezing gegeven over de enorme impact die seksueel misbruik heeft op slachtoffers. Verder werd er nog een lezing verzorgd door een student van de VU, en een lezing door een consultant van ‘An Olive Branch’. Tussendoor werd in kleinere groepen stilgestaan bij de casussen van de verschillende sangha’s in Nederland waar dit is voorgekomen. Het was een besloten bijeenkomst voor de leden van de BUN, juist om in openheid en vertrouwelijkheid met elkaar te kunnen spreken. Verder waren alleen studenten en oud-studenten van de VU uitgenodigd. Op de zondag werd een Master Class verzorgd over interventies, door ‘An Olive Branch’. Dit is een Amerikaanse organisatie die bekend staat om haar zorgvuldige begeleiding van slachtoffers van seksueel misbruik binnen het boeddhisme. Uit de evaluaties blijkt dat de deelnemers beide dagen hebben gewaardeerd. Tot nog toe zijn bij de BUN en de VU veel steunbetuigingen ontvangen en ondanks het feit dat er ook kritiek is gekomen, is de algemene teneur dat dit een flinke stap in de goede richting is. Vervolgstappen worden in gang gezet, in goed overleg met de VU. De ervaringen en inzichten die zijn ingebracht door ‘An Olive Branch’ zijn waardevol en geven de BUN het vertrouwen dat wij in de goede richting bewegen. Het was indrukwekkend om mee te maken hoe de mensen van An Olive Branch op een zachte en vriendelijke manier, maar ook indringend en kristalhelder uitdrukking gaven aan de schat van ervaring die zij meebrachten, en aan hun diepgevoelde motivatie om dit werk te doen.

Ons is mede door hun inbreng duidelijk geworden waar het nog aan ontbreekt, we zijn er nog lang niet. Maar aan de hand van de leerpunten van het weekend kunnen we wel weer met nieuwe inzichten en nieuwe energie aan de slag. Door de adviezen van ‘An Olive Branch’ is ook duidelijk geworden hoe belangrijk het is om goed om te gaan met alle gevoeligheden. Omzichtig opereren blijft de boodschap. Een van de leerpunten van het weekend is dat wij als de BUN in het verleden niet, of in onvoldoende mate in staat zijn geweest betrokkenen bij seksueel misbruik te horen. We hebben weliswaar het onafhankelijk Meldpunt BG ondersteund, en een Externe Vertrouwenspersoon aangesteld, zodat betrokkenen bij misbruik in ieder geval ergens terecht konden, en verder geholpen konden worden als zij specifieke begeleiding nodig hadden waar naartoe doorverwezen kon worden. Maar de rapportage hierover is per definitie vertrouwelijk, en daarom beperkt in zeggingskracht. Het uitnodigen van betrokkenen bij seksueel misbruik bij het weekend ‘Macht en misbruik in het boeddhisme’ hebben we bij de eerste beraadslagingen wel samen met de VU overwogen, maar we hebben er ook weer meteen van afgezien. Dit was de eerste keer dat we zoiets voor de leden organiseerden, en het was nu nog een stap te ver. Op het allerlaatste moment is hier nog wel even over gesproken, maar op dat moment ontbrak de tijd om het nog op een verantwoorde manier voor te bereiden en het een goede plaats te geven in het programma. We gaan onderzoeken hoe we hier in de toekomst wel invulling aan kunnen geven. Ook is ons duidelijk geworden dat wij de geluiden van critici en journalisten in het verleden onvoldoende gehoord en serieus genomen hebben. Juist waar het ging om berichten over seksueel misbruik. Daar zullen we iets mee moeten, hoe lastig dat ook lijkt. Maar ook die uitdaging gaan we aan.’

Voor de volledige tekst van het interview zie boeddhistischdagblad.nl.

 

« Nieuwsoverzicht